Ontdek de kunstenaar in jezelf: van de Kunstkoker tot jouw creatieve pad
Stap in de wereld van kunst en creativiteit met de Kunstkoker als startpunt.
Iedereen heeft een kunstenaar in zich. Ja, ook jij. Zelfs als je op school ooit te horen kreeg dat je “beter iets anders kon gaan doen”. Creativiteit is geen talent dat je wél of niet hebt, het is een spier. En spieren moet je trainen.
De Kunstkoker is daarbij geen eindstation, maar een startblok. De grote vraag is: hoe ga je daarna verder?
Kunst en creativiteit zijn niet hetzelfde. Creativiteit is spelen met materialen, ontdekken wat kan en genieten van het proces. Kunst is emotie, techniek en oefening in één: kunstenaars leggen hun gevoel in hun werk, maar oefenen ook urenlang om dat gevoel zichtbaar te maken.
Wil je een amateur-kunstenaar zijn of een professionele? Het maakt niet uit waar je eindigt. Begin eerst gewoon met je eigen creatieve pad. Speel, ontdek, oefen, en laat jezelf groeien. Of doe het samen met anderen en organiseer een workshop.
Beginnen
is makkelijker dan je denkt
De kracht van de Kunstkoker zit ’m in eenvoud en gemak. Alles wat je nodig hebt, zit erin. Geen keuzestress in de kunstwinkel, geen tien verschillende penselen waarvan je niet weet wat je ermee moet. Je opent de koker en kunt meteen beginnen. En dat is belangrijk, want creativiteit haakt razendsnel af zodra iets te ingewikkeld wordt.
Maar wees eerlijk: de Kunstkoker maakt je geen kunstenaar. Dat doe je zelf.
Zie de koker als een kennismaking. Een eerste date. Leuk, inspirerend, misschien een beetje spannend. Maar daarna begint het echte werk.
Hoe ga je nu verder? Waar begin je? Blijf je spelen met de materialen, probeer je nieuwe technieken, of zoek je begeleiding om je vaardigheden verder te ontwikkelen?
Ontdekking van materialen: wat past bij jou?
Niet elk materiaal past bij elke maker. De één wordt intens gelukkig van aquarel (vloeiend, dromerig, een tikje onvoorspelbaar), de ander wil controle en grijpt liever naar potlood of houtskool. Acrylverf? Lekker direct. Olieverf? Daar heb je geduld voor nodig – en een beetje lef om te kliederen.
Zelf heb ik vier jaar de lerarenopleiding tekenen en schilderen gevolgd, waarbij ik alles leerde op het platte doek met traditionele schilder- en tekenmaterialen. Jaren later volgde ik aan de HU de opleiding creatieve therapie, waar ik met nog veel meer materialen werkte. Toen ging er echt een wereld voor me open. Ik had het gevoel dat ik daarvoor nog heel basic bezig was geweest, maar werken met verschillende materialen geeft een enorme verrijking. Dat raad ik iedereen zeker aan.
De enige manier om te ontdekken wat bij jou past, is door te proberen. Niet door erover te lezen, niet door eindeloos YouTube-filmpjes te bingen. Door je handen vies te maken.
Tips voor het ontdekken van jouw materialen:
-
Werk een tijdje met één materiaal en leer het kennen
-
Wissel daarna bewust naar iets anders en merk het verschil
-
Focus niet op “mooi”, maar op gevoel en plezier
Waar verlies je tijd? Waar krijg je energie van? Dat is je richtingaanwijzer.
Inspiratie ligt niet alleen in musea maar ook op straat
Musea zijn fantastisch. Echt waar. Ze leren je kijken. Maar inspiratie zit niet alleen achter glazen vitrines met bordjes “niet aanraken” of in eeuwenoude kunstwerken.
Inspiratie ligt overal, zelfs in de kleinste dingen:
-
Een scheef stoeptegeltje dat ineens een lijn lijkt te vormen
-
Schaduwen op een muur die een eigen verhaal lijken te vertellen
-
Een etalage vol kleuren die eigenlijk niet mogen, maar toch op de een of andere manier werken
-
Een koffiekopje met een barst die het helemaal eigen maakt
Kunst is kijken. Niet vluchtig, maar aandachtig, alsof je de wereld opnieuw ontdekt.
Probeer dit eens: loop een rondje zonder telefoon en let alleen op vormen en lijnen. Kijk door je “oogharen” of maak een vorm van je vingers en vang een beeld. Let op hoe lijnen en vormen lopen, wat groot of klein is, en wat je spannend vindt aan het beeld. Foto’s maken kan ook helpen, zo leer je kijken door een lens en zie je dingen die je normaal misschien negeert.
Je zult verbaasd zijn hoeveel “kunst” er in het dagelijks leven om je heen te vinden is, als je er even écht voor gaat staan.
Kunst is kijken: verhoudingen, perspectief en kleur
Hier wordt het interessant. Want kunst maken is niet alleen “doen wat goed voelt”. Het is ook begrijpen wat je ziet.
Verhoudingen:
Waarom klopt een tekening soms niet, ook al heb je alles netjes nagetekend? Omdat een hand nét te groot is. Of een hoofd te hoog zit. Ogen zijn berucht. Iedereen tekent ze te groot. Iedereen.
Perspectief:
Waarom lijkt een weg smaller te worden in de verte? Omdat je brein dat zo ziet. Leer je dat snappen, dan gaat je werk ineens leven.
Kleur en contrast:
Niet elke kleur schreeuwt even hard. Sommige fluisteren. En juist dat samenspel maakt een werk spannend.
Goed nieuws: dit hoef je niet allemaal tegelijk te beheersen. Slecht nieuws: het vraagt oefening. Veel oefening.
Vormgeven is geen talent, maar training
Vormgeven klinkt chic, maar het betekent eigenlijk gewoon: keuzes maken.
Wat laat je weg? Wat benadruk je? Wanneer stop je of is het goed genoeg. Waar valt het oog eerst op?
Dat leer je niet in één workshop. En al helemaal niet door jezelf constant te vergelijken met anderen.
Vormgeven betekent:
-
Kijken
-
Proberen
-
Mislukken
-
Nog eens proberen
En ja, dat kan soms frustrerend zijn. Welkom in het echte kunstenaarsleven.
Mondriaan begon ook niet met blokjes
Even een reality check: Piet Mondriaan werd niet wakker en dacht: “Vandaag ga ik rechte lijnen en primaire kleuren doen.”

Nee. Hij schilderde bomen. Landschappen. Huizen. Heel traditioneel. Jarenlang. Pas daarna kwam de abstractie.
Waarom dit belangrijk is?
Omdat het bewijst dat ontwikkeling tijd kost. Niemand slaat stappen over. Begin eerst met de basis en dat is dingen namaken of natkeken zodat je ziet hoe iets in elkaar steekt. Dan kan je pas je eigenwijze stijl toepassen.
Dus als jouw werk nu nog niet voelt als “jou”: goed nieuws. Dan ben je precies waar je moet zijn.
Hoe ga je verder na de Kunstkoker?
Hier wordt het concreet. Na die eerste kennismaking heb je grofweg drie routes:
-
Blijven experimenteren
Nieuwe materialen, andere formaten, andere technieken. Speel. Zonder doel. -
Lessen of workshops volgen
Niet om “beter” te zijn, maar om sneller inzicht te krijgen. Iemand die meekijkt, versnelt je proces enorm. -
Kijken, kijken, kijken
Kunstboeken, musea, straatbeelden, oude meesters én moderne makers. Alles voedt je blik.
De sleutel is consistentie. Liever twee keer per week een half uur dan één keer per maand een creatieve uitbarsting.
Tot slot: kunst maken mag licht zijn
Creativiteit hoeft niet zwaar, diep of ingewikkeld te zijn. Het mag ook gewoon leuk zijn. Speels. Ontspannend. Soms zelfs een beetje rommelig.
De Kunstkoker opent een nieuwe deur. Jij bepaalt hoe ver je naar binnen loopt.
En onthoud:
Je hoeft geen kunstenaar te worden.
Je bent er al één. Je moet ’m alleen nog serieus nemen.

